Van het ontwikkelen van videogames op een 8-bit MSX-computer tot het internationale succes van Online Soccer Manager (OSM): Jeroen heeft de Nederlandse videogame-industrie vanuit verschillende perspectieven leren kennen. Tegenwoordig zet hij zijn ervaring als ontwikkelaar en ondernemer in om de sector te versterken en een nieuwe generatie gamemakers te ondersteunen.
Van cassettebandjes tot internationaal succes
Jeroens liefde voor videogames begon op de MSX-computer van zijn vader. Daar speelde hij klassiekers als Zaxxon, Beamrider en Pitfall II, die destijds nog vanaf cassettebandjes moesten worden geladen. Het wachten duurde soms wel vijf minuten, maar juist dat maakte de ervaring voor hem bijzonder. Al snel begon hij zelf videogames en muziek te maken.
In 1998 ontwikkelde hij samen met zijn broer Bowie de RPG Avalon. Een paar jaar later, in 2001, volgde Online Soccer Manager (OSM). Wat begon als een spel voor vrienden groeide uiteindelijk uit tot een internationaal succes en vormde de basis voor Gamebasics.
“OSM begon vanuit mijn plezier in games maken en voetbal. Het was in eerste instantie alleen een spel voor mij en mijn vrienden. Maar ik was altijd op zoek naar meer spelers en zocht nadrukkelijk naar een sneeuwbaleffect.”
Volgens Jeroen zat het succes van OSM vooral in de combinatie van toegankelijkheid en onderlinge competitie. Door spelers de rol van voetbalmanager te geven en hen tegen elkaar te laten spelen, ontstond een laagdrempelige ervaring die jarenlang werd doorontwikkeld. Daarbij waren de community en het luisteren naar spelers minstens zo belangrijk als de videogame zelf.
De speler achter de professional
Ook als speler heeft Jeroen een voorliefde voor videogames waarin verhalen, muziek en gameplay samenkomen. Een bijzondere plek is weggelegd voor SD Snatcher op de MSX, en specifiek voor het personage Randam Hajile. Deze vroege videogame van Hideo Kojima liet hem zien hoeveel sfeer en emotie je met beperkte technische middelen kunt creëren.
Als hij één videogame moet noemen die de industrie blijvend heeft beïnvloed, kiest hij voor Civilization. “Die game liet zien hoe je een heel complex onderwerp toegankelijk en meeslepend kunt maken door de speler zelf beslissingen te laten nemen. Je bouwt iets op en ervaart voortdurend de gevolgen van je keuzes.”
Juist die combinatie van creativiteit en interactie maakt werken in de videogame-industrie voor Jeroen bijzonder. Het idee dat iets wat eerst alleen in je hoofd bestaat uiteindelijk plezier kan brengen aan anderen, blijft hem motiveren.
De Nederlandse videogame-industrie: veel potentie, maar ook uitdagingen
Jeroen ziet de Nederlandse videogame-industrie als een sector met veel kwaliteit, maar ook als een sector die onder druk staat. Nederland beschikt over internationaal succesvolle bedrijven, bijzondere onafhankelijke ontwikkelaars en sterke opleidingen. Toch leidt creatief talent niet automatisch tot gezonde, succesvolle studio's.
“Mijn zorg is dat we in Nederland veel potentie hebben, maar onvoldoende voorwaarden creëren om die potentie hier tot bloei te laten komen.”
Volgens Jeroen liggen er volop kansen voor Nederlandse studio's die een duidelijke eigen identiteit hebben en weten voor welk publiek ze ontwikkelen. Daarvoor zijn niet altijd grote productiebudgetten nodig. De uitdaging zit volgens hem vooral in financiering, marketing, ondernemerschap en het bereiken van spelers. Ook ervaren begeleiding en toegang tot internationale netwerken zijn essentieel om duurzame bedrijven op te bouwen.
Daarbij ziet hij een belangrijke rol voor de overheid. De erkenning van videogames als economische én culturele sector blijft volgens hem achter bij hun werkelijke betekenis. Jeroen pleit daarom voor een duidelijke langetermijnvisie waarin economisch beleid, cultuurbeleid en onderwijs beter op elkaar aansluiten.
De DGA: samen werken aan een sterkere sector
Als voorzitter van de Dutch Games Association richt Jeroen zich vooral op het verbinden en vertegenwoordigen van de Nederlandse videogamesector. Hij probeert de ervaringen en uitdagingen van ontwikkelaars te vertalen naar een helder verhaal voor beleidsmakers, onderwijsinstellingen en andere stakeholders.
“Mijn inzet is om de sector sterker te organiseren en duidelijker zichtbaar te maken wat Nederlandse gamemakers bijdragen. Ik wil dat onze ambities serieus worden genomen en dat makers hier kansen krijgen om te groeien.”
Een belangrijk onderdeel daarvan is samenwerking. De DGA vertegenwoordigt de ontwikkelkant van de industrie, terwijl VGFN zich richt op uitgevers. Hoewel de organisaties verschillende achterbannen hebben, delen ze volgens Jeroen een gezamenlijk belang bij een gezonde sector, goed geïnformeerde beleidsmakers en een evenwichtig beeld van videogames.
De gezamenlijke inzet rond de petitie voor de Nederlandse videogame-industrie en het evenement Gamen in de Kamer zijn daar voorbeelden van. Ook handelsmissies, internationale beurzen en de Dutch Game Awards dragen volgens hem bij aan de zichtbaarheid van Nederlandse ontwikkelaars. Zulke initiatieven kunnen leiden tot nieuwe samenwerkingen, investeringen en internationale kansen.
Van ondernemer naar talentontwikkeling
Na zijn periode bij Gamebasics richt Jeroen zich steeds meer op het begeleiden van andere ondernemers en jonge ontwikkelaars. Als GameLab Manager bij De Haagse Hogeschool helpt hij studenten om hun ideeën om te zetten in volwaardige videogames.
Daarbij gaat het volgens hem niet alleen om technische en creatieve vaardigheden. Samenwerken, communiceren, omgaan met feedback en projecten daadwerkelijk afronden zijn minstens zo belangrijk. Ook ziet hij dat de opkomst van AI nieuwe uitdagingen en kansen met zich meebrengt voor toekomstige ontwikkelaars.
Jeroen benadrukt daarnaast het belang van een eerlijke samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Studenten moeten de ruimte krijgen om praktijkervaring op te doen, maar ook een passende vergoeding ontvangen voor hun werk.
Ondertussen blijft hij zelf videogames ontwikkelen. Samen met zijn broer Bowie werkt hij onder de naam Seven Mages aan eigen projecten, waaronder Avalon: Legacy Edition en Avalon Arena. Ook ontwikkelden ze Penguin Panic, een platformgame die vooral diende als leerproject. Door zelf actief te blijven ontwikkelen, houdt Jeroen feeling met de dagelijkse praktijk van gamemakers.
Videogames zijn meer dan alleen entertainment
rVolgens Jeroen wordt de maatschappelijke waarde van videogames nog te vaak onderschat. In het publieke debat ligt de nadruk regelmatig op schermtijd en risico's, terwijl er minder aandacht is voor de creativiteit, technologie en werkgelegenheid achter de industrie.
Tegelijkertijd ziet hij volop kansen voor videogames in het onderwijs en bij maatschappelijke vraagstukken. Door spelers zelf keuzes te laten maken en de gevolgen daarvan te laten ervaren, kunnen videogames ingewikkelde onderwerpen begrijpelijk maken en mensen helpen nieuwe vaardigheden te ontwikkelen.
Maar die maatschappelijke waarde hoeft niet altijd educatief te zijn. “En een entertainmentgame hoeft niet eerst een les te geven om waardevol te zijn. Dat verwachten we ook niet van films, series en muziek. Plezier, ontspanning en een bijzonder verhaal hebben op zichzelf heel veel betekenis.”
Vooruitkijken: een gezonde toekomst voor Nederlandse studio's
Als Jeroen vijf jaar vooruitkijkt, hoopt hij op een Nederlandse videogame-industrie met meer gezonde studio's, waarin zowel startende ontwikkelaars als internationaal groeiende bedrijven voldoende kansen krijgen. Een sector waarin talent een toekomst ziet en videogames vanzelfsprekend onderdeel zijn van economisch en cultureel beleid.
Zijn boodschap aan beleidsmakers, ontwikkelaars en jonge professionals sluit daar direct op aan: leer elkaar kennen, deel ervaringen en blijf bouwen aan kwaliteit.
“Aan beleidsmakers zou ik willen zeggen: leer de makers kennen en kijk wat zij nodig hebben om hier te kunnen blijven bouwen. Aan ontwikkelaars: zoek elkaar op en deel ook de moeilijke ervaringen. En aan jonge professionals: blijf dingen maken, werk samen en leer projecten af te ronden.”
