Wat ooit begon met het spelen van videogames als Tetris en Duck Hunt, groeide voor Tim Stok uit tot een heuse carrière binnen de game-industrie. Na enkele jaren als ambtenaar bij de Nederlandse overheid maakte hij de overstap naar Brussel, waar hij zich verder specialiseerde in public affairs en belangenbehartiging. Uiteindelijk kwam hij terecht bij Tencent, waar hij inmiddels ruim vier jaar actief is als Director Public Affairs voor de EMEA-regio. In 2025 sloot Tim zich bovendien aan als voorzitter bij VGFN.
Van pixels naar public affairs
De passie voor videogames zat er bij Tim al vroeg in. Als kind van de jaren ‘80 groeide hij op met onder andere de Game Boy. “Een geweldige uitvinding! Ik kan het Tetris-deuntje nog zo optrommelen. Thuis hadden we ook een Nintendo, de NES, met die vierkante controllers waar je handen pijn van gingen doen als je te lang speelde. Duck Hunt met het infraroodpistool was mijn favoriet. Ook op de PC met een MS-DOS-besturingssysteem werd er flink gespeeld. Een absolute klassieker was California Games, waarbij je moest surfen, frisbeeën en skaten in een halfpipe.”
Wat Tim het mooiste vindt aan werken in de game-industrie? Zonder twijfel is dit het plezier dat videogames kunnen brengen. “Uiteindelijk is de essentie van een game dat je er plezier aan beleeft. Dat wordt soms nog wel te gemakkelijk vergeten. Maar als je dan door de congreshallen van Gamescom of Paris Games Week loopt, dan zie je de honderdduizenden bezoekers die een jaar lang hebben uitgekeken naar dit moment, en dan weet je het weer snel. Videogames staan voor mij synoniem aan plezier.”
De Nederlandse videogame-industrie: talent genoeg, erkenning nodig
Volgens Tim staat de Nederlandse videogame-industrie er inhoudelijk sterk voor. “De meeste mensen zullen Guerilla Games kennen, de grootste AAA-ontwikkelaar in Nederland. Maar er zijn ook vele kleinere studio’s die prachtige dingen ontwerpen. Dat werd andermaal duidelijk toen ik laatst de Dutch Game Awards bijwoonde in Breda. En grote internationale uitgevers zoals Sony Interactive Entertainment, Krafton en natuurlijk ook Tencent zijn in Nederland gevestigd.” Dit alles draagt bij aan een gezonde en diverse sector.
Tim verwacht dan ook zeker dat de sector goed door zal blijven groeien. “In het verleden hebben bedrijven als Triumph en Vlambeer de nodige successen gevierd. Het zou mooi zijn als nieuwe studio’s zulke voorbeelden kunnen volgen! Ik zie ook kansen voor de grotere uitgevers om een nog grotere footprint in de Benelux na te streven. AAA-ontwikkelaars als Guerilla Games en Larian in België blijven een voorname rol spelen. Die economische activiteit, met hopelijk de nodige aandacht binnen het hoger onderwijs voor game-ontwikkeling, zouden voor een gezonde toekomst moeten zorgen!”
Toch ziet Tim nog genoeg ruimte voor verbetering. Op de vraag hoe Nederland zich positief kan ontwikkelen op het gebied van beleid, zegt Tim: “Dat begint vooral met de omarming van videogames als een leidende creatieve sector waar we enorm trots op moeten zijn. Of beter gezegd: in Nederland met het gebrek daaraan. Er worden prachtige games in Nederland ontwikkeld, er is veel creatief talent, maar een brede ondersteuning vanuit de Nederlandse overheid als een van de economische topsectoren is er te weinig.”
Volgens Tim is het belangrijk dat Nederland in het huidige beleid niet te ver doorslaat. “Momenteel zijn er organisaties in Nederland die de games-sector flink willen aanpakken, onder meer door het zeer strikt reguleren van virtual in-game currencies of in-game aankopen. Dit schiet te ver door, wat een flinke impact zal hebben op de mogelijkheden van game-ontwikkelaars om hun creaties en investeringen terug te verdienen, en uiteindelijk tot minder in plaats van méér keus voor de consument zal leiden,” In plaats daarvan pleit hij voor een stimulerend beleidskader, zoals tax credits of incentives, vergelijkbaar met België en Frankrijk. “Daarmee laat je als overheid blijken dat je trots bent op een sector die dat verdient!”
Talent, onderwijs en beeldvorming
Een belangrijk thema voor de toekomst is talentontwikkeling. Tim ziet grote kansen in een nauwere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, met een sterke focus op digitale vaardigheden. “Onderwijsinstellingen en bedrijfsleven kunnen nog meer samen optrekken dan ze nu al doen om in te zetten op digitale vaardigheden. Voor veel banen hebben we dat nu al nodig, dus laat staan in de toekomst.”
Volgens Tim kunnen videogames hierin een positieve rol spelen, zeker ook voor meisjes. “Wist je dat meisjes die regelmatig gamen meer dan drie keer zo vaak geneigd zijn om te kiezen voor een STEM-opleiding? Dit bleek uit een onderzoek van de Universiteit van Surrey uit 2021 dat meisjes van 13 en 14 jaar onderzocht die meer dan 9 uur per week videogames speelden.”
VGFN als stem van de sector
Als voorzitter van VGFN ziet Tim zijn rol vooral als faciliterend en verbindend. Samen met het bureau en de leden werkt hij aan een sterke en positieve vertegenwoordiging van de sector richting politiek, media en maatschappij. “Er wordt gecoördineerd tussen de andere VGFN-leden en met Europese koepels als Video Games Europe. Vanuit mijn affiniteit met public affairs bemoei ik me ietwat meer met de behartiging in Brussel en Den Haag en probeer ik zo goed als ik kan belangrijke evenementen bij te wonen, zoals recent de Dutch Game Awards in Breda.”
Wat betreft de rol van VGFN zelf, benoemt Tim het volgende: “De VGFN heeft een rol te vervullen als het aankomt op het realiseren van een positieve reputatie van de game-industrie in Nederland. Dat doen we natuurlijk niet alleen. Daar zijn absoluut meerdere stakeholders zoals de DGA, game-bedrijven, alsook gamers zelf voor nodig. Richting overheid is het van belang een juist beeld van de sector neer te zetten, dat duidelijk de economische en innovatieve meerwaarden overbrengt. Opdat de overheid met een gebalanceerde en genuanceerde blik wet- en regelgeving op games-vlak aanneemt.”
Hierbij is nuance volgens Tim belangrijk. Verantwoord gamen en consumentenbescherming verdienen aandacht, maar zonder de positieve kanten uit het oog te verliezen. “Videogames zijn populairder dan ooit. Dat geldt in Nederland maar eigenlijk overal in de wereld. De kwaliteit van game-ontwikkeling is nog nooit zo hoog geweest. Kortom, een wereldwijde mega-industrie waar we trots op zouden moeten zijn. Te vaak wordt dit beeld overschaduwd door incidenten over excessieve in-app aankopen, online pesten of grooming in games. Uiteraard zijn dit wezenlijke thema’s die we als maatschappij serieus moeten nemen. En ik vind dat de games sector daar zeker z’n verantwoordelijkheid voor neemt, maar games zijn zó veel meer dan dat. Laten we vooral ook niet al het mooie uit het oog verliezen.”
Als het aankomt op hoe internationale uitgevers en Nederlandse ontwikkelaars naar de toekomst van videogames kijken, is het volgens Tim belangrijk om met name de overeenkomsten te benadrukken. “De samenwerking tussen VGFN en de Dutch Games Association, die de ontwikkelaars vertegenwoordigen, loopt goed. We streven samen een sterke sector na en pleiten samen voor meer ondersteuning vanuit de overheid, via bijvoorbeeld belastingvoordelen of een investeringsfonds. Er wordt gezamenlijk ingezet op handhaving van bestaande consumentenbescherming-wetgeving en inzet van zelfregulering als PEGI. ”
Videogames voor iedereen
Tot slot heeft Tim een heldere boodschap: “Videogames betekenen plezier! Ze zijn gemaakt om plezier te bevorderen, om een leuke tijd te hebben, om een glimlach op je gezicht te toveren. Of dat nou online Fortnite is met je nieuwe vrienden van school, een casual game in je eentje in de trein of een oma met haar kleinkind. Dat is de magische waarde van videogames en we zouden er allemaal goed aan doen dat ook zo te zien!”
